Tagarchief | Genetica

Ooli is vader geworden

Gisteren zijn er in Engeland halfbroertjes en -zusjes geboren van de pups die Alba hopelijk gaat krijgen. Ooli heeft, samen met Ebene,  4 reutjes en 2 teefjes. De teefjes zijn zwart, de reutjes bestaan uit 2 zwarte, 1 zwart-bonte en 1 bruin-bonte.

Hier een eerste foto:

Als je denkt, ik tel er maar 5: klopt. Ik heb net gelezen dat vanmorgen heel vroeg nummer 6 gearriveerd is, een zwart reutje die op zijn gemakje geboren wilde worden blijkbaar. Kijk op de website van Netis voor meer informatie.

We zijn blij dat Ooli (voor zover nu zichtbaar) gezonde pupjes heeft gegeven. We kijken ook uit naar het opgroeien van deze pupjes.

Omdat we natuurlijk regelmatig vragen krijgen van de kleurtjes die wij kunnen verwachten: we weten nu dat Alba en Ooli ook bruine pups kunnen krijgen. Alba draagt zeker bruin en van Ooli weten we dat nu ook zeker.

Natuurlijk vraagt iedereen nu ook of Alba ook bonten gaat krijgen. Die kans is nu wel groter geworden, maar ik verwacht het eerlijk gezegd nog steeds niet. De genetica van bont is niet zo simpel als die van zwart of bruin, er zijn namelijk verschillende ‘versies’ en die versies samen bepalen hoe de aftekeningen zijn máár 2 honden met dezelfde combinatie van versies kunnen heel verschillend zijn qua aftekeningen. De genen zijn incompleet dominant, en dus eigenlijk deels een loterij.
Alba’s moederlijn heeft ook bont heeft gegeven, in combinatie met Ooli’s vaderlijn, dus de kans was altijd al aanwezig. Ebene is maar deels familie van Alba maar heeft wel een bonte broer, dus daar was de kans groter.

We zullen het zien! Voor ons maakt het niet uit wat voor een kleurtjes of aftekeningen de pups gaan krijgen, als ze maar gezond zijn, net als deze 6 glimwormpjes!

Colorful

Normally I don’t write my blogs in English, but the last one I have translated as well.

Colorful is a word you could use to describe the Barbets personality. They are funny, smart, sweet, loyal and will make you smile every day. But nowadays the word is getting more appropriate for the Barbets coat as well, with more and more ‘fawns’ being born.

Personally, I myself can’t be bothered by color. A dog could be purple with blue spots for all I care. When leaving character and health out of the quotation, I feel type is way more important. Color and type are related as is known in many breeds where more than one color is permitted and I also see it in the Barbet.

The colors we see right now are black, brown and fawn or sand.
When learning about genetics, most will know start with brown and black. For these genes a B (and/or b) is used.
The fawn or sand is more than likely what is called ‘recessive red’ or ‘yellow’ in genetic terminology.
For this the letter E (and/or e) is used. A dog that has genotype ee will be red or yellow.

In colors, the funny thing is that what you see is not always what you get. A dog’s phenotype is what you can see from the outside. We can see this:

What we can’t see on the inside, the genotype, could be different. Maybe those dogs are this:

The yellow color you could regard as an extra ‘layer’, which is put over the basic coat color of black or brown. So a black or brown dog can carry the gene for yellow, just as a yellow dog will carry genes for black and/or brown.

For some dogs it’s easy to determine or guess their genotype, or at least part of their genotype. Looking at the pedigree will tell you a lot. For others, it takes a breeding to a dog of a certain genotype to see if a dog produces a certain color.

There are a lot of different combinations and results. To see what a certain combination could produce: click here and choose the parents’ phenotype. You will see a list of all possible combinations. If you click the link underneath the combination, you will see the result including the percentages which you could expect.

Not taken into the equation here are the white markings, since these are not colors but patterns. For the white markings, there are four alleles who are called ‘the S series’.
S, which stands for ‘solid color’. Dogs with SS have no white hairs, or a tiny amount.
Si stands for Irish spotting. Irish markings are those we see in for instance the Collies.
Sp stands for piebald, where there is more white and the patches are distributed more randomly about the body.
Sw stands for ‘extreme white piebald’.

The difficult thing with this series is that they are ‘incompletely dominant’. A combination of these genes will give differing amounts of white.

Some ‘standard’examples:
SiSi is what is regarded as ‘normal pattern’ such as in Collies.
Dogs with a ‘mantle’ such as in Great Danes are SiSw.
SwSw often gives white bodies and colored heads.

Then we also have the G, or Greying gene which is a dominant gene that causes a dog to gray with age. This is not grey as we see with old dogs, but a greying over the complete body. The pigmented hairs are progressively replaced with unpigmented hairs.
As far as I know this gene has influence on brown dogs in the Barbet, but not on black dogs. How that works, I am not sure.

Again, the color of a dog is not important for me. However, I do like the puzzle of color genetics. All of the above is what I have been taught and what I have found out by searching and reading. I am by no means an expert and cannot guarantee any of it.
If only other traits, such as genetic diseases, were as easily traceable. Especially polygenetic disorders such as epilepsy are a horrible curse for any breed. Scientists learn more everyday and maybe one day we will know about the genetic codes for that!

Kleurrijk

Kleurrijk is een woord wat zeer toepasselijk is voor de Barbet. Ze zijn grappig, slim, lief, trouw en ze maken je elke dag aan het lachen. Tegenwoordig is het woord ook steeds toepasselijker aan het worden voor de vachtkleuren, nu er meer en meer zandkleurigen geboren worden.

Eerlijk gezegd kan ik me niet druk maken over de kleur. Een hond kan voor mijn part paars met blauwe stipjes zijn. Als we even niet naar karakter en gezondheid kijken, is voor mij type nog altijd het belangrijkst. Dat kleur en type ook een relatie hebben is in veel rassen waar meerdere kleuren erkend zijn wel bekend en ik zie dat ook in de Barbets.

De kleuren die we nu zien zijn zwart, bruin en zand.

De basisbeginselen van de genetica worden vaak uitgelegd aan de hand van de kleuren zwart en bruin. Voor deze genen wordt de letter (en/of b) gebruikt.

De zandkleurige honden zijn hoogstwaarschijnlijk ‘recessief rood’ of ‘geel’ zoals dat in de genetische terminologie genoemd wordt. Hiervoor wordt de letter E(en/of e) gebruikt. Een hond met genotype ee, is rood/geel.

Het grappige met kleuren is dat wat wij aan de buitenkant kunnen zijn, niet altijd is wat er ook aan de binnenkant is. De buitenkant wordt fenotype genoemd. Wij zien dit:

Maar wat wij niet kunnen zien aan de binnenkant, genotype, kan iets meer zijn. Misschien zijn bovenstaande honden wel dit:

De gele kleur zou je kunnen zien als een extra ‘laag’, die over de basiskleur van de vacht (bruin of zwart) ligt. Dus een bruine of zwarte hond kan de geel-factor dragen, net als een gele hond genen draagt voor zwart en/of bruin.

Voor sommige honden is het makkelijk om te bepalen of gokken wat hun genotype is, of een deel van hun genotype. Een stamboom bekijken zegt vaak al heel wat. Voor andere honden, zal een kruising met een andere hond met een bepaald genotype uitsluitsel kunnen geven.

Er zijn een heleboel verschillende mogelijkheden en uitkomsten. Om te zien wat er uit een bepaalde combinatie kan komen: klik hier en kies de fenotypes van de ouderdieren. De verschillende mogelijkheden komen in beeld. Klik op het linkje eronder en de uitkomst komt tevoorschijn, inclusief de statistisch te verwachten verdeling van de kleuren van de nakomelingen.

Wat in het bovenstaande over kleuren niet meegenomen is, zijn de witte aftekeningen. Deze zijn namelijk geen kleur maar een patroon. Voor de witte aftekeningen zijn er 4 genen die samen de ’S-Serie’ genoemd worden.

S staat voor ‘solid’ ofwel ‘eenkleur’. Honden met genotype SS zullen geen witte aftekeningen hebben, of hoogstens een heel klein plekje.
Si is de afkorting voor Irish spotting, ofwel de standaard aftekeningen zoals we die zien bij bijvoorbeeld Collies.
Sp is voor ‘piebald’ ofwel ‘gevlekt’, waar er meer wit is en het ook willekeurig over het lijf verdeeld is.
Sw staat voor ‘extreme white piebald’ ofwel ‘extreem wit gevlekt’.

Het lastige bij deze serie genen is dat ze ‘incompleet dominant’ zijn. Een combinatie van deze genen kan dus een weer wisselende hoeveelheid wit geven.

Een paar ‘standaard’voorbeelden:
SiSi geeft een ‘normaal’ patroon zoals bij Collies.
Honden met een ‘mantel’ zoals Duitse Doggen, zijn SiSw.
SwSw geeft vaak witte lichamen met gekleurde hoofden.

Dan hebben we nog het G-gen, wat staat voor ‘Greying’ ofwel vergrijzend. Het is een dominant gen wat zorgt dat honden over hun hele lijf grijzer worden naarmate ze ouder worden. Het heeft niet te maken met het grijs van ouder worden. De gepigmenteerde haren worden vervangen voor ongepigmenteerde haren. Voor zover ik weet heeft dit bij de Barbet invloed op de bruine vachten, maar niet op de zwarte. Hoe dat werkt, weet ik niet.

Nogmaals, voor mij is de kleur van een hond niet belangrijk. Wat ik wel leuk vind, is de puzzel die kleurengenetica geeft. Al het bovenstaande is wat ik geleerd heb en wat ik heb gevonden door zoeken en lezen. Ik ben bij lange na geen expert en kan ook nergens garanties op geven.

Waren andere zaken, zoals erfelijke ziektes, maar zo makkelijk na te zoeken. Vooral polygenetische aandoeningen zoals epilepsie zijn een vloek voor elk ras. Wetenschappers ontdekken elke dag meer en wie weet, weten we ooit ook de genetische codes daarvoor!